Haver (Avena sativa) is een eenjarige plant uit de grassenfamilie (Poaceae). Het is een graansoort, die reeds sinds 7000 v.Chr. geteeld wordt. Haver komt oorspronkelijk uit Zuidoost-Europa en Zuidwest-Azië en is ontstaan uit de wilde haver (Avena fatua). In Nederland wordt ongeveer 2500 hectare (2003) haver per jaar verbouwd. Vroeger werd er naast de witte ook gele en zwarte haver geteeld. Er zijn ook rassen met bloot liggende zaden, die vooral in Engeland geteeld worden. Bij naakte haver blijven bij de rijpe korrels de kafjes niet om de korrel zitten wat bij gewone haver wel het geval is. Haver wordt gebruikt als paardenvoer en voor de productie van havermout en havervlokken.
De plant wordt ongeveer 1,2 m hoog. Het 5 mm brede tongetje (ligula) is getand. De plant bloeit in juni en de bloeiwijze is een pluim. De aartjes bestaan uit twee bloempjes, die zichzelf bestuiven. De kroonkafjes zijn ongenaald of zoals bij naakte haver onvolledig genaald. De vruchten zijn rijp in augustus.