Bladverliezende boom tot 6 m hoog. Bladeren: om en om gekreukeld, witte haren aan de onderkant. Bloemen: wit, vijftallig, met langere groene kelkblaadjes. Vruchten: lijken op een reusachtige bruine rozebottel met vijf kelkslippen, die als een kroon boven de bloem uitsteken. De mispel is eenhuizig en moet door insecten worden bestoven. Kruisbestuiving van de grote witte-roze bloemen is normaal gezien niet nodig. Enkele nachten vorst is goed voor de vrucht, laat de vruchten daarna op een koele of lichtverwarmde plaats narijpen tot ze zacht, maar niet rot zijn. Naast de eetbaarheid hebben mispels ook een hoge sierwaarde in de bloemsierkunst. Als de vruchten rijp zijn, kan het bruine vruchtvlees ui t de schil geschraapt worden. Je kan de vruchten ook heel koken, net als appels, of er jam van maken.